UPDATE: ontwikkelingen stikstofdepositie

 

Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit heeft grote gevolgen gehad voor milieuvergunningen en bestemmingsplanprocedures. Ook het huidige toetsingskader voor stikstofdepositie blijft door jurisprudentie en nieuwe wetgeving in beweging . Op deze pagina houden wij u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

 

Heeft u een plan of project waar u advies over nodig heeft, neem dan contact op met de adviseurs van SPA WNP ingenieurs.

 

 

 

Update 28 november 2022 - Minister Van der Wal deelt stikstofplannen

Vrijdag 25 november heeft Minister Van der Wal in haar brief de stikstofplannen van het kabinet met de Tweede Kamer gedeeld. In deze update een overzicht van de aangekondigde plannen:

De korte termijnaanpak bestaat uit het gericht versnellen van de beëindiging van de emissies van de zogenoemde piekbelasters. De basis van de aanpak is dat deze bedrijven, voor een beperkte tijd, toegang krijgen tot regelingen waar andere bedrijven geen gebruik van kunnen maken. De aanpak van piekbelasters richt zich zowel op bedrijven in de agrarische sector als bedrijven in andere sectoren.

 

Voor de agrarische sector wordt in eerste instantie ingezet op een vrijwillige beëindigingsregeling, innovatie en verandering.

 

De aanpak voor de industrie omvat:

 

  1. Aanscherping vergunningen: Dit betreft het aanscherpen van huidige vergunningen voor zover dat wettelijke mogelijk is. Dit kan tot onontkoombare en mogelijk snel te realiseren resultaten leiden, omdat er vaak nog technische mogelijkheden zijn om de uitstoot terug te dringen
  2. Maatwerkaanpak en win-win mogelijkheden (reductie NOx en CO2 tegelijk): Nagegaan wordt wat er bovenwettelijk en technisch mogelijk is per bedrijf voor een versnelde verduurzaming, en wat daarbij de afhankelijkheden en randvoorwaarden zijn (zoals energieinfrastructuur, vergunningverlening, kennisdeling, en geschikt personeel). Daarbij worden ook de kosten, financieringsmogelijkheden betrokken.
  3. Bovenwettelijke reductie ammoniakuitstoot: Bij bedrijven met een hoge NH3-uitstoot die niet onder maatwerkafspraken vallen wordt nagegaan wat er technisch mogelijk is bovenop de vergunningseisen, en tegen welke kosten(effectiviteit). Daarbij wordt ook naar de rol van het bedrijf in het gebiedsproces gekeken.

Eind dit jaar zal met verschillende bedrijven in het kader van de maatwerkaanpak de ‘Expression of Principles’ overeengekomen worden. In 2023 zullen de gesprekken over bovenstaande met de betreffende industrie- en energiebedrijven afgerond worden.

Vergunningplicht voor intern salderen. Intern salderen is niet meer vergunningplichtig en de Minister geeft aan dat het als gevolg daarvan voor initiatiefnemers moeilijker is om aan te tonen dat zij toestemming hebben voor hun activiteit. Daarom wordt voor intern salderen weer een wettelijke vergunningplicht ingesteld. De wetswijziging zal voorzien in overgangsrecht voor projecten waarbij intern gesaldeerd is voordat de vergunningplicht in werking treedt. Het streven is om het wetsvoorstel per 1 januari 2024 in werking te laten treden.

Voor extern salderen zet het kabinet met voorrang in op het sturen van de gebruiksmogelijkheden van emissieruimte om regie te houden op de inzet van stikstofruimte die beschikbaar komt. Daarnaast verkent het kabinet de wettelijke mogelijkheden om een voorkeusrecht te kunnen leggen op grond met een agrarische functie.


Een andere handvat ter beperking van het risico voor de Natura 2000-gebieden is de aanpak van de latente ruimte. Latente ruimte is de ongebruikte ruimte die op basis van een natuurvergunning is toegestaan. Latente ruimte kan op verschillende manieren ontstaan, bijvoorbeeld door strengere milieueisen, de toepassing van schonere technieken of wanneer bedrijfsplannen in de loop van de tijd veranderen. De Minister kiest ervoor om 1) de latente ruimte in een natuurvergunning te beperken en 2) de ingebruikname van latente ruimte te beperken.

 

  1. Door het actualiseren van natuurvergunningen kan de latente ruimte beperkt worden. Er komt geen actualiseringsplicht, beoogd is het actualiseren van natuurvergunningen te koppelen aan het moment van een vergunningaanvraag voor aanpassingen in de bedrijfsvoering.  
  2. Door verdere voorwaarden te stellen aan salderen wordt beoogd het gebruik van latente ruimte voor nieuwe ontwikkelingen te beperken. Voor extern salderen wenst het kabinet het afroompercentage te verhogen naar 40%. Hiervoor wil het kabinet interbestuurlijke afspraken.

Het kabinet wenst daarnaast ook afspraken te maken met provincies over zogenaamde slapende vergunningen. Het kabinet vindt dat het niet mogelijk mag zijn om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken op basis van activiteiten die al geruime tijd zijn gestopt. Het doel is de beleidsregels voor extern salderen in het eerste kwartaal van 2023 hierop aan te passen.

Als onderdeel van de beleidsregels voor intern salderen (per 1 januari 2024) wenst het kabinet ook beperkingen op te leggen voor stikstofruimte die ontstaat wanneer initiatiefnemers stikstofreducerende innovaties doorvoeren in hun bedrijf. Dit betreffen innovaties die bedoeld zijn om aan de wettelijke eisen te voldoen en/of door de overheid worden gesubsidieerd.

Overige punten uit de brief:

  • Voor energietransitieprojecten en projecten van Defensie en Infrastructuur en Waterstaat, is het streven dat de beleidsaanpassingen de klimaatdoelen niet in de weg staan;
  • Vrijkomende stikstofruimte wil men registreren in een register om regie te voeren voor de uitgifte van deze ruimte aan prioritaire projecten van nationaal belang;
  • De ruimte in de gezamenlijke provinciale microdepositiebank is de ruimte die overblijft na extern salderen. Deze ruimte kan worden gebruikt om initiatieven met een lage depositie (minder dan 0,05 mol/ha/jaar) mogelijk te maken;
  • Om te beoordelen of (bouw)projecten vergunningplichtig zijn, werkt het kabinet op korte termijn aan standaardisatie door middel van kengetallen of vuistregels. Het doel hiervan is om snel inzicht te verschaffen in een eventuele vergunningplicht en inzicht te geven of een AERIUS-berekening nodig is. Het streven is hierover duidelijkheid te verschaffen in het eerste kwartaal van 2023.
  • Recente uitspraken van de Raad van State hebben gevolgen voor alle typen emissiearme stalsystemen uit de Regeling ammoniak en Veehouderij (Rav) en de daaraan gekoppelde Rav-factoren;
  • De actualisatie van de AERIUS Calculator is uitgesteld naar de week van 24 januari 2023.

 

Update 18 november 2022 - uitstel datum nieuwe versie AERIUS Calculator

In tegenstelling tot eerdere berichtgeving, volgt de releasedatum voor de actualisatie van de AERIUS calculator in de week van 21 november. Zo is te lezen op de website van het RIVM.

 

Update 14 november 2022 - nieuwe versie AERIUS Calculator 2022 uitgesteld

De eerder aangekondigde releasedatum van 22 november voor de actualisatie van AERIUS is niet haalbaar. Aanleiding is de rekenfout in de emissies die zijn toegewezen aan varkens- en pluimveestallen. De fout heeft invloed op de totale depositie zoals die is opgenomen in de AERIUS Calculator en Monitor. De actualisatie van AERIUS kan pas doorgaan als er een duidelijk en compleet beeld is van de gevolgen en de fouten hersteld zijn. Het RIVM doet daar nu onderzoek naar. Deze week geeft het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een update over de nieuwe releasedatum.

 

Wat te doen met lopende procedures of nieuwe aanvragen?

De actualisatie van AERIUS kan leiden tot andere resultaten van de stikstofberekeningen. Wanneer het bevoegd vóór de nieuwe release nog geen definitief besluit heeft genomen, moet de berekening opnieuw worden uitgevoerd met de nieuwe versie van AERIUS Calculator. Ook kunnen besluiten op grond van de huidige AERIUS-versie nog worden aangevochten, als de vergunning of het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk zijn.

 

Heeft u een plan of project waar u advies over nodig heeft, neem dan contact op met de adviseurs van SPA WNP ingenieurs.

 

Update 2 november 2022 – de bouwvrijstelling is vervallen

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak in de zaak over het Porthos-project geoordeeld dat de zogenoemde partiële bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De bouwvrijstelling gold voor tijdelijke bouw-, sloop- en aanlegactiviteiten.

 

Nu de bouwvrijstelling niet mag worden gebruikt, moeten (naast stikstofemissies in de structurele gebruiksfase) ook de emissies in de tijdelijke aanlegfase worden onderzocht. Deze emissies ontstaan met name door de inzet van dieselwerktuigen en de vervoersbewegingen ten behoeve van een bouwproject.

 

Onze adviseurs kunnen u verder helpen met AERIUS-berekeningen. Ook wanneer de exacte inzet van het type werktuigen tijdens uw project niet bekend is, kunnen wij u ondersteunen. Hiervoor maken wij gebruik van onze kennis en ervaring uit een groot aantal referentieprojecten.

 


Archief updates


Meer weten?

Heeft u vragen? Neem gerust contact op met uw adviseur bij SPA WNP ingenieurs.